ABd 7200 en Cd 7200

Voor 1923 waren alle spoorwegrijtuigen in Nederland van hout gebouwd, met eventueel een stalen onderstel en stalen beplating. In 1923 kwamen de eerste tien stalen rijtuigen in dienst. Deze B 7501-7510 hadden een geklonken stalen geraamte met een opgeklonken bekleding van staalplaat, maar wel met een houten dak. NS gebruikte de rijtuigen, in feite prototypen voor het latere Materieel ‘24, op enkele binnenlandse trajecten en ook in het internationale verkeer tussen Amsterdam en Parijs. In 1925 werden ze in de werkplaats Haarlem tot elektrisch tussenrijtuig verbouwd. Rijtuig B 7507 van de Stoomtrein Goes-Borsele is het enige overgebleven rijtuig van deze serie.